NOW en NOW-2 gewijzigd voor bedrijven die deel zijn van een groep

 

De Eerste tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW) en de Tweede tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW-2) zijn aangepast.

De wijziging strekt er in hoofdzaak toe om een herstelmogelijkheid te creëren voor bedrijven, die onderdeel zijn van een groep, om in plaats van op het moment van de aanvraag om subsidieverlening, op het moment van de vaststellingsaanvraag te voldoen aan de voorwaarden die gelden voor subsidievaststelling op het niveau van de werkmaatschappij. De wijziging werd eerder al aangekondigd.

Die voorwaarden kunnen in de weg staan voor bedrijven om een aanvraag voor subsidie op werkmaatschappijniveau vast te laten stellen in plaats van op concernniveau. Om deze belemmering weg te nemen, worden de NOW-1 en NOW-2 gewijzigd.

De aanleiding voor het bieden van de herstelmogelijkheid is dat is gebleken dat in een aantal gevallen bedrijven zich niet of onvoldoende gerealiseerd hebben dat zij onderdeel zijn van een groep zoals gedefinieerd in de NOW. In die gevallen is er een aanvraag gedaan om een tegemoetkoming in de loonkosten zonder rekening te houden met (de consequenties van) dit in de NOW gehanteerde groepsbegrip. Dat bedrijven zich er onvoldoende van bewust zijn dat zij onderdeel van een groep of concern zijn kan onder meer komen doordat het bijvoorbeeld Nederlandse bedrijven betreft die via een internationale structuur met elkaar verbonden zijn (maar verder niets met elkaar te maken hebben), of omdat zij zichzelf niet afficheren als een groep en dus ook geen geconsolideerde jaarrekening hebben.

Om alsnog conform de huidige regeling een aanvraag te doen, zouden bedrijven dit moeten herstellen en hun omzetdaling op het niveau van de groep of het concern moeten rapporteren. In de praktijk zal deze oplossing voor bedrijven echter niet werken. De aanvrager kan namelijk niet meer aan alle voorwaarden voldoen die verbonden zijn aan een aanvraag op werkmaatschappijniveau. Het gaat daarbij in de eerste plaats om de voorwaarde in NOW-1 dat de aanvraag voor de subsidieverlening op of na 5 mei 2020 moest zijn gedaan, waardoor bedrijven die eerder een aanvraag hadden gedaan en achteraf deel uit bleken te maken van een groep buiten de boot vallen. In de tweede plaats gaat het om twee voorwaarden waaraan voldaan moet worden, bij de aanvraag om subsidie. Dat kan niet meer worden hersteld aangezien de aanvraag voor subsidieverlening al is gedaan.

Het is onwenselijk dat bedrijven in de bovenbeschreven situatie geen beroep kunnen doen op de NOW-regeling, en dat zij de subsidie zouden moeten terugbetalen. Daarom wordt door middel van deze wijziging van de NOW-1 en NOW-2 gerealiseerd dat werkmaatschappijen die een NOW-subsidie hebben aangevraagd pas bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan alle voorwaarden hoeven te voldoen. De subsidie zal in dat geval vervolgens op dat niveau worden vastgesteld. Voorwaarde blijft wel dat de groep waarvan ze deel uitmaken als geheel geen 20% omzetverlies heeft. Onveranderd blijft dat wanneer het concern als geheel een omzetverlies van 20% of meer heeft een aanvraag op concernniveau gedaan moet worden. Daarbij geldt overigens dat voor concerns met Nederlandse en buitenlandse dochters niet de omzetdaling meegeteld moet worden van de rechtspersonen in de groep die geen Nederlands SV-loon hebben. Wordt de subsidie toch op het niveau van de werkmaatschappij aangevraagd en is er op concernniveau sprake van een omzetverlies 20% of meer%, dan zal de subsidie op nihil worden vastgesteld.

De herstelmogelijkheid die wordt gecreëerd ziet in de eerste plaats op de in NOW-1 geldende voorwaarde dat een aanvraag voor vaststelling van de subsidie op werkmaatschappijniveau alleen gedaan kan worden als de NOW-aanvraag is gedaan op of na 5 mei. Deze voorwaarde komt te vervallen.

Ten tweede hoeft aan twee voorwaarden die in de NOW-1 en NOW-2 zijn verbonden aan subsidie op werkmaatschappijniveau pas bij de aanvraag tot subsidievaststelling te worden voldaan, in plaats van bij de initiële aanvraag (om subsidieverlening). Het gaat ten eerste om de voorwaarde dat een aanvrager dient te beschikken over een verklaring dat er op het niveau van de groep geen dividend/bonus wordt uitgekeerd of eigen aandelen worden ingekocht over 2020 op het niveau van het groepshoofd/de moeder van de werkmaatschappij tot aan de datum van vaststelling van de jaarrekening. Ten tweede gaat het om de voorwaarde dat de aanvrager dient te beschikken over een overeenkomst van de vakbond of andere vertegenwoordiging van werknemers over werkbehoud. Natuurlijk moet ook aan de overige eisen van een aanvraag op werkmaatschappijniveau worden voldaan.