Texel Airport fungeerde dinsdag als testlocatie voor Maritime Drone Initiative Noord-Holland (MDI).

Dit samenwerkingsverband van onder andere Koninklijke Marine, Kustwacht, KNRM, Nederlands Lucht- en RuimtevaartCentrum en Ontwikkelingsbedrijf Noord-Holland Noord is met hulp van TU Delft en andere instituten bezig met de ontwikkeling van een drone die geschikt is voor inzet op zee, bijvoorbeeld bij reddingsacties. ,,Een uitdaging’’, aldus projectleider Pieter Blank. ,,Deze Nederdrone moet bestand zijn tegen zout, en windkracht 7+, moet drie tot vier uur kunnen vliegen en autonoom kunnen landen en stijgen op een bewegend schip. Bovendien moet hij veilig op waterstof vliegen. Op dat gebied is sprake van een doorbraak, maar het duurt nog wel twee tot drie jaar voordat de Nederdrone productiegereed is. Daarom testen we nu met de huidige drones.’’

Een team van vijftien technici oefende op Texel Airport het gebruik van camera’s en sensors tijdens het vliegen bij koud en nat weer. Het Texelse vliegveld was daarvoor uitgekozen omdat daar bijna gelijktijdig met bemande vliegtuigen kan worden gevlogen. Dat is belangrijk omdat hiervoor veiligheidsprocedures ontwikkeld moeten worden. Vliegveld De Kooy geldt nu als uitvalsbasis voor het droneproject omdat kustwacht en marine in Den Helder gevestigd zijn en de drones hiervandaan richting Noordzee kunnen vliegen. Uiteindelijk wordt ook vanaf Texel Airport en Vliegveld Middenmeer gevlogen.

De vier Noordkopgemeenten dragen financieel bij aan het project. Het is de bedoeling dat dit de regio aantrekkelijk maakt als vestigingsomgeving voor nieuwe bedrijven op dit gebied en zo de werkgelegenheid bevordert. In de toekomst zijn voor deze sector technisch opgeleide werknemers nodig. Met het oog hierop waren een 2- en 4-havoklas van OSG De Hoge Berg dinsdag de eerste groepen die uitleg over drones kregen tijdens de testvluchten. Volgens docent Henk Boekhoudt reageerden de leerlingen enthousiast.

Uit: Texelse Courant 18-12-19

Share This