In Noord-Holland Noord geen gebrek aan plannen van ondernemers op gebied van duurzame energie en innovatie. Maar hoe zit het met de haalbaarheid van die plannen? Waar lopen ondernemers tegenaan, waarom halen niet alle goede ideeën het uiteindelijk? Er wordt al volop samengewerkt, maar misschien is dat nog niet genoeg. Innovatie in Noord-Holland Noord: een gesprek over wat al kan en wat nog moet.

 

“Is een doorbraak van duurzaamheid aanstaande in onze regio? Hoe kunnen, of beter, hoe moeten we elkaar helpen om veranderingen te bewerkstelligen? Thijs Pennink blijkt een enthousiaste gespreksleider. Hij trapt voortvarend af. “Ik zie grote kansen aan de horizon. Hoe gaan we – en we dat zijn overheid, onderwijs én ondernemers – die kansen ook daadwerkelijk inkoppen? Concreter gesteld: levert de transitie naar duurzame energie ook echt nieuwe bedrijvigheid op voor deze regio?”

Paul Stroomer van ENGIE is enigszins sceptisch. “Bij ENGIE zijn we bezig ons investeringsbeleid te herzien, van fossiel naar duurzaam. Daar steken we geld in, we zetten middelen opzij om dat te realiseren. Natuurlijk kijken we daar met een economische blik naar; het moet wel renderen. Maar we merken dat zo’n omslag ook moet passen bij de bedrijfscultuur en de regio. En dat is hier nog vrij lastig. Waar het elders in Nederland en in België wel van de grond komt, kan het hier nog wel  een zetje gebruiken.” Hij ziet voldoende goede ideeën en initiatieven de revue passeren, maar die blijven volgens hem toch vaak hangen op economische motieven. Frank Brandsen van Energy Valley herkent die hapering.

“Ik sprak laatst een bedrijf dat de omslag wil maken, maar het beoordeelt als een klassieke businesscase in plaats van een case anno 2017.” Volgens Maarten den Heijer van RGS Development zijn concrete successen essentieel voor de kanteling. “Tussen de industrie in het algemeen en individuele bedrijven en consumenten zit wel een groot verschil: bij die laatste zie je al meer gebeuren; de industrie kijkt zeker naar de economie. Maar het sneeuwbaleffect moet gaan komen, dat kan niet anders.” Hoe belangrijk de rol van de overheid daarin is? “Amsterdam heeft de EPC-norm op 0,15 gesteld. In Den Haag heeft de gemeenteraad bepaald dat alle nieuwe huizen gasloos moeten zijn. Dan zie je dat de discussie er ook meteen van tafel is. In een maand tijd is er een enorme ontwikkeling, de bouwsector speelt er direct op in.”

Ook Mark Overwijk van ECN ziet die invloed van de overheid op de transitie. En hij ervaart veel gretigheid onder met name de kleinere mkb-bedrijven. “Bedrijven moeten hun investering natuurlijk terugverdienen. Grote bedrijven zijn in de praktijk vaak terughoudend, kleinere zijn sneller enthousiast en durven meer risico te nemen.” Wethouder Jan Nagengast vindt eerlijk gezegd dat Alkmaar niets te klagen heeft. “Met het warmtenet van HVC lopen wij echt voorop. Dat is absoluut een stimulans  geweest, zeker voor de nieuwbouw. Ideaal dat wij dus zo’n aanjager binnen onze gemeentegrenzen hebben.” Het Ontwikkelingsbedrijf Noord-Holland Noord (ONHN) richtte zich bij innovatieprogramma’s tot een paar jaar geleden vooral op de subsidieprogramma’s van de EU. “Het was eerst de subsidie, dan kijken welke innovatie daarbij paste. Nu proberen we veel meer verbindingen te leggen tussen bedrijven en instellingen in de regio en dat financieel aan te jagen”, vertelt Bjorn Borgers van ONHN. Maarten den Heijer is niet anti-regionaal, maar kijkt bij RGS wel een stukje verder dan het Noordzeekanaal. “Bij businesspartners kijken we naar raakvlakken. We leggen wel degelijk ook regionale links, maar niet ten koste van alles.” Hoe realiseren we het dan wél in de regio? Hoe brengen we bedrijven en projecten samen, wat doen we ervoor, wat moeten we ervoor doen. Wat is de trigger? “De trigger is een vuurtorenproject.”

Paul Stroomer is heel beslist. “Met een jaloersmakend project trek je kennis aan, krijg je het onderwijs mee, inspireer je andere bedrijven.” Zodra je iets heel aansprekends kunt laten zien, krijg je mensen mee, daarvan is hij overtuigd. Het Expertisecentrum voor groen gas Investa vindt hij een goed voorbeeld. “Cluster bedrijven rondom een kern van bedrijvigheid. De locatie telt daarbij ook.” Mark Overwijk vindt Investa ook een mooi begin, ziet daarin ook mogelijkheden om ideeën samen te concretiseren. “Het werkt concurrentie-overstijgend. Je kijkt meer naar hoe je elkaar aanvult.” Wel waarschuwt hij voor teveel versnippering.

BINDING MET HET ONDERWIJS

Een vaak gehoord argument is dat de regio een universiteit mist. Dat is geen enkel probleem volgens Mark Overwijk, omdat een aantrekkelijke regio talent naar zich toe zal trekken. “Je kunt ook prima verbinden met Hogeschool Inholland”, beaamt Paul Stroomer. Dat vindt Dook van den Boer van de provincie Noord-Holland nou ook. “Nederland is zo klein, Amsterdam, Delft en Eindhoven zijn niet ver weg. Een universiteit hebben we feitelijk al.” Hij is nauw betrokken bij TerraTechnica. TerraTechnica wil de krachten van vraaggestuurd onderwijs, toegepast onderzoek en ondernemerschap bundelen en zo verschillende initiatieven en innovaties in duurzame energietechnologie in Noord-Holland Noord met elkaar verbinden.

TerraTechnica kan volgens hem alleen het verschil maken als de regio ook groot durft te denken. “TerraTechnica is begonnen met Inholland Alkmaar, de enige hogeschool in deze regio, als onderwijspartner. Binnen het onderwijs gaat nu meer gebruik worden gemaakt van de sterke punten in de regio Noord-Holland Noord. Maar wil je inzetten op duurzame energie, dan zul je moeten kiezen en vasthouden. Inholland doet het goed, maar is nog niet de vuurtoren die eerder genoemd werd. Komen er veel studenten van buiten de regio, komen ze van buiten Nederland hier studeren? Hogeschool Inholland is in dat opzicht niet bijzonder genoeg, maar kan dat wel worden.”

Roel de Groot vraagt zich af wanneer de banken mkb-bedrijven kunnen doorverwijzen naar TerraTechnica. Pim Kat van Technobis heeft daar ervaring mee. “Wij zijn in gesprek met Inholland om het curriculum aan te passen aan de huidige en zelfs toekomstige eisen van bedrijven. Bijvoorbeeld werken in een cleanroom.” Een goede zet, vindt Bianca Koomen van Life Academy on Wheels. “Het onderwijs loopt vanwege het vaststaande curriculum met de eisen daarin nog achter en kan minder goed inspelen op de innovaties nu. Verbinding zoeken met het mkb is een must, niet alleen voor mbo en hbo, maar zeker ook voor het voortgezet en basisonderwijs. Je moet echt aan de lange termijn denken.” Want juist bij basisschoolleerlingen en scholieren kun je hun nieuwsgierigheid prikkelen, vindt ze. “Hun brede blik en die van docenten: dat levert wat op. Vraag ze gewoon waar behoefte aan is, maak het concreet. Leg er niet gewoon weer het volgende project neer, want dat geeft een gevoel van moeten, terwijl je in kansen wilt denken.” Paul Stroomer heeft bij ENGIE regelmatig afstudeerders van het hbo zitten, maar ervaart dat het leggen van die verbinding met Hogeschool Inholland moeilijk is. “Elkaars context snappen en elkaars programma’s daarop aan laten sluiten vereist een bepaalde flexibiliteit. Belangrijk is om hierover in gesprek te gaan.” Fred Gardner is actief bij Inholland Alkmaar. Hij ziet dat die wil er zeker is bij individuele docenten. “Schoolbreed iets in gang zetten is lastiger. Maar er zijn docenten die staan te popelen. Je kunt hen niet als ‘school’ aanspreken.”

 

groep

 

NOORDKOP IN TREK?

René de Visser van Rabobank wil weten of alle inspanningen in duurzame energie de regio nou concreet ook voordeel biedt. “We horen uit Nederland positieve geluiden, dat het bedrijvigheid oplevert, maar uit deze regio hoor ik vooral dat studenten naar elders vertrekken, dat er geen capabele mensen te vinden zijn.” Dook van den Boer is daar kritisch op. “Delft is natuurlijk leuk. Amsterdam ook. Maar jezelf aanpraten dat Noord-Holland Noord niet sexy is, dat is nergens voor nodig. De regio ís sterk, er zítten hier bedrijven die mensen trekken en we hébben broedplaatsen voor innovatie.” Volgens Frank Brandsen zit de echte oplossing in de optimale wisselwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven.

“Beide partijen moeten meedenken aan oplossingen voor elkaars problemen. Inspireer elkaar, werk samen!” Dat klinkt Thijs Pennink als muziek in de oren. “We moeten het dus met elkaar spannend maken, samen die aantrekkingskracht creëren. Hoe gaan we dat doen? Dat is blijkbaar de opgave voor deze regio.” Volgens Ed Nobel van Kredietunie Slimgeld begint dat bij zichtbaarheid. “We moeten laten zien wat we in huis hebben, waar we behoefte aan hebben, waar we heen willen. Bovendien is het essentieel dat we daarbij regiobreed denken. Met alle respect, maar Alkmaar is gewoon een dorp.” Pim Kat sluit zich daarbij aan. “Noord-Holland is totaal versnipperd. De zaadveredelaars zijn erin geslaagd om zich gezamenlijk als Noord-Holland goed op de kaart te zetten. Maar op energiegebied  is het van alles wat, het wordt te verdeeld gepresenteerd.” Mark Overwijk suggereert om het kunstje af te kijken bij Philips. “Ooit was niemand jaloers als je een carrière bij Philips Research startte, in het verre Eindhoven. Met de High Tech Campus op exact dezelfde plek is dat nu wel anders.” Jongeren aanspreken op hun verlangens – dat is een mooi begin, vindt Dook van den Boer. “Bij TerraTechnica is het ‘local solutions, global challenges, reshaping the world’. Klinkt mij als grote woorden, maar de jongeren vinden het spannend – het is echt hoe zij in het leven staan. En het gaat om hen!” “Noord-Holland is wereldleider duurzame energie, dat moeten we niet vergeten”, zegt Fred Gardner. “Geen wereldleider maar werelddenker”, nuanceert Paul Stroomer. Dook van den Boer hoort elders juist dat Noord-Holland nummer één toepassen is. “Dat onderscheidt ons echt van anderen: dat we zo enorm goed zijn in het toepassen van nieuwe technieken. Van dat imago moeten we veel meer zien te profiteren, door onszelf ook nadrukkelijker als toepassers te profileren.”

Michiel Hartman van Blue Heart Energy: “Wij zijn maar een klein bedrijf maar toch trekken we buitenlandse studenten aan. Op wetenschappelijk gebied kijken we de hele EU in, als het om toepassen gaat blijven we dichter bij huis.” Ook Pim Kat heeft regelmatig buitenlandse studenten in zijn bedrijf. Kennelijk werken ze bij Technobis en Blue Heart Energy actiever aan hun naamsbekendheid over de grenzen. Als het daarom gaat, wil Maarten den Heijer wel even gezegd hebben dat je met weer een ‘valley’ niet voldoende onderscheidt. “Continuïteit is veel belangrijker. Kijk als bedrijf ook naar de opleidingen in de regio. Bovendien vind ik het label ‘energie’ te breed, zelfs duurzame energie is al te versnipperd. Renewable energy is al onder te  verdelen in zon, wind of biomassa, in recyclen van energie, opslag, warmtenet …” Begrijp hem niet verkeerd: hij is enthousiast over IDEA, over de regio. “Er gebeurt hier veel, maar om eerlijk te zijn: de sturing mist. Er wordt niet gekozen, de vervolgstap mist.” Fred Gardner is een van de initiatiefnemers van IDEA en snapt de frustratie. Ook hij snakt naar actie. “Het lukt maar niet om een fonds voor start-ups goed van de grond te krijgen. Er is een businessplan, er is een actieplan en de Rabobank heeft de middelen toegezegd.” René de Visser wil ook investeren als er daadwerkelijk iets gaat gebeuren. “En als er een gezamenlijk plan ligt met duidelijke focus.”

Bianca Koomen vindt dat onderwijs ook aan tafel moet komen. “Investering in basis- en voortgezet onderwijs is een must! Anders wordt het mbo straks het kind van de rekening. Dat zegt Ton Heerts, de voorzitter van de mbo-raad ook.” Ed Nobel is het roerend met haar eens. “Economische en financiele opleidingen zijn nog steeds het paradepaardje. Zodra het technisch wordt – met de handen werken zogezegd – spat de weerzin er zo ongeveer van af.” Bianca Koomen vindt het bovendien een gemiste kans dat er altijd over jongeren, in plaats van met hen, wordt gepraat over hun toekomst in de keuze voor een bepaalde baan. “Je zou het beter kunnen hebben over de verschillende richtingen waar ze uit kunnen kiezen: we weten nauwelijks welke banen er over tien jaar zijn.” Al op de basisschool kun je leerlingen laten zien in welke sectoren straks kansen liggen, voegt Martijn Wokke van Wokke in Vorm daaraan toe. Blijft de vraag waarom Noord-Holland Noord er klaarblijkelijk niet in slaagt om een duidelijke focus te kiezen. Waarom is dat zo lastig? Wethouder Jan Nagengast vindt dat we niet moeten vergeten dat het mkb in deze regio nou eenmaal heel groot is. “Hier zitten mkb’ers, familiebedrijven. Accepteer dat. Er is geld, er is kennis. Bij ECN zie ik volop bèta’s: die vinden het super hier. Voor mij is het glas halfvol!” Toch moeten bedrijven veel meer samen met mbo optrekken, vindt Martijn Wokke. “Dan kun je laten zien wat hier allemaal is, wat hier kan. Zeker voor de energiesector ligt daar een kans.” Bianca Koomen is daar ook van overtuigd. “Mooi voorbeeld is Energy Challenges. Dat is een mooi project voor het bewuster omgaan met energie. Ook daar moet je goed begrijpen hoe een school dit project kan omarmen in plaats van het als iets erbij te ervaren. Als je niet oppast, leg je als overheid en bedrijfsleven te veel neer wat er onderwezen moet worden.” Enthousiaste ambassadeurs zijn ook goud waard. “De burgemeester van Enkhuizen maakte zich persoonlijk hard voor de uitrol van Energy Valley. Je ziet hoe goed dat kan uitpakken!” zegt Ed Nobel.

STIP OP DE HORIZON

Zonder focus gaat het simpelweg niet lukken, stelt Thijs Pennink vast. “Allereerst moeten we duidelijk kiezen. Daarna moet het bedrijfsleven kennis en expertise naar het onderwijs gaan brengen, en niet direct verwachten dat ze iets kunnen komen halen. En verder hebben we sterke behoefte aan vuurtorenprojecten. Alleen dan kunnen we de sector rondom technologie voor duurzame energie goed en consequent in de markt zetten.” Vat hij het zo goed samen? Fred Gardner wil dat de mensen erachter niet vergeten worden. “Richt je in het onderwijs op de first movers. Die gaan je helpen om het verschil te maken.” Dook van den Boer heeft nog een duidelijk advies voor overheid en ondernemers. “Overheid: stap de versnippering van subsidies af, we zien door de bomen het bos niet meer. En ondernemers: ga niet voor de subsidies, ga voor succes!” Jan Nagengast denkt dat het van belang is dat de provincie een en ander moet aanjagen; zij kunnen die overkoepelende rol makkelijker pakken. Voor Pim Kat tenslotte zit de crux hem in het stellen van een duidelijk doel. “Een heldere stip op de horizon maakt meedoen voor iedereen makkelijker. Dan lukt het om partijen te enthousiasmeren, om fondsen vrij te maken en om mensen over de streep te trekken.”

Bron: Ondernemersbelang